Onze blogs

Hier delen we onze kennis op het gebied van MOOCs en SPOCs

MOOCs hebben de toekomst

“Online massaonderwijs trekt veel bekijks, maar percentage afvallers is schrikbarend hoog”. Daarmee kopte het Financieel Dagblad op 13 augustus (denk aan registratie). Een nuancering is op zijn plaats. Want is het niet pure winst dat leerlingen, kortom deelnemers van dat massaonderwijs (MOOCs) kennis delen met elkaar? Ze vergroten hun netwerk, leren van en met elkaar en creëren samen nieuwe kennis. Hoe krijg je dat op succesvolle wijze voor elkaar in een MOOC?

Is het slagingspercentage laag?
Dankzij de technologische ontwikkeling en de komst van MOOCs, hebben mensen over de hele wereld toegang tot kennis. Wanneer het ze uitkomt, op hun eigen tempo. De hoogleraar die in het artikel van het FD wordt aangehaald, gaf voor de komst van MOOCs college aan 50 leerlingen. Via zijn MOOC volgen nu ruim 60.000 deelnemers van over de hele wereld zijn college. Daarvan behaalde 5 procent een certificaat. Dat zijn 3.000 deelnemers; een slagingspercentage dat 60 keer zo groot is als voorheen. Daarnaast is het nog maar de vraag: wanneer vindt de deelnemer dat hij geslaagd is? En is dat niet belangrijker dan wanneer het instituut dat vindt? Niet iedereen kijkt een YouTubefilmpje af, niet iedereen leest een compleet krantenartikel. Wil dat dan zeggen dat de kijker of lezer niets heeft opgestoken?

Definities: xMOOC versus cMOOC
Het Financieel Dagblad maakt geen onderscheid tussen xMOOCs en cMOOCs. Toch zijn beide typen behoorlijk verschillend. xMOOCs zijn grote, massale MOOCs, waarin een professor of expert kennis zendt en deelnemers die kennis ontvangen. In feite is een xMOOC een college, maar dan digitaal. Het aangehaalde voorbeeld in het artikel dus. cMOOCs of ‘connectivity MOOCs’ daarentegen, kennen minder deelnemers en stellen kennisdeling en sociaal leren centraal. Een moderator leidt de boel in goede banen en probeert een kennisnetwerk te bouwen in een cMOOC. Vaak dragen deelnemers zelf nieuwe kennis aan (user generated content) om het onderwerp nog verder te verbreden. Een heel andere wereld. Wat is nu belangrijk binnen een goede cMOOC? Wat levert ‘het hoogste slagingspercentage’ op?


TIP 1: Kies een goede moderator

De moderator faciliteert de cMOOC, motiveert, inspireert en triggert de deelnemers. Zowel op inhoudelijk vlak, als op sociaal vlak. Een goede moderator stelt vragen als: ‘Wat vind jij van de reactie van Noëlle?’, ‘Heb je nog een voorbeeld bij die stelling?’ of ‘Bedankt voor je bijdrage, kun je je antwoord duidelijker toelichten?’ Een moderator daagt deelnemers continu uit om te participeren. Een voorbeeld? De Ordina MOOC ‘DevOps, a way of working.’ De belangstelling was groot, de moderator was goed en ruim 20 procent van de deelnemers behaalde het certificaat. Niet dat dat het belangrijkste is; de MOOC (ontwikkeld in ons cMOOC-platform Curatr) kende ruim 18.000 reacties. Het onderwerp leefde bij de deelnemers. Dankzij de uitdagende moderator werd bovendien nieuwe content aangedragen. Daarmee komen we bij tip 2.


TIP 2: Zorg voor goede content

In de Ordina MOOC DevOps stonden veertig leerobjecten. Denk aan video’s, artikelen, blogs of infographics van goede kwaliteit met daarbij discussievragen of opdrachten. Aan het einde van de vier weken durende MOOC, hadden de deelnemers samen maar liefst 450 leerobjecten (factor 11) aangeleverd. Een grote bron van nieuwe kennis. Goede content leidt dus tot meer goede content en een grote waardevermeerdering. Zowel bij de deelnemers, als bij de MOOC-organisatoren. Zorg er niet alleen voor dat de links werken, de filmpjes kort zijn en de afbeeldingen helder, maar zorg ook voor een goede contentmix.


TIP 3: Bouw een netwerk rond een hot topic

Een actueel onderwerp doet het altijd goed. Maar een hot topic kan leven in de ene doelgroep en doodslaan in de andere. Weet je waar je een MOOC over wilt organiseren? Zoek dan een netwerk waarin dat onderwerp leeft, waarin experts nieuwe kennis aan kunnen dragen, waarin dat onderwerp altijd actueel is. Dat gebeurde ook in de Ordina MOOC DevOps. Juist in een cMOOC is het mogelijk om een community te vormen, om met social learning kennis en ervaringen te delen die waardevol kunnen zijn voor een school of organisatie. Maak daar gebruik van!


Conclusie: leer er van

Digitaal leren biedt nóg een gigantisch voordeel: MOOCs genereren data. Als MOOC-ontwerper of -organisator kun je dus zien wat er goed gaat en wat beter kan. Dankzij toegankelijke Learning Analytics kunnen we nog mooiere dingen bereiken. Op een eenvoudige manier kun je zien hoe lang deelnemers zijn ingelogd, hoe actief ze zijn, met wie ze kennis delen en nog veel meer. Als we de tijd nemen dat goed te analyseren, dan kunnen we nog meer waarde toevoegen. MOOCs hebben de toekomst. En ze kunnen alleen maar beter worden.

Gepersonaliseerd leren is de toekomst

Gemakkelijk, flexibel, persoonlijk en 24/7

Ruim dertig jaar geleden toonde Benjamin Bloom aan dat leerlingen die een-op-een werden begeleid beter presteerden dan leerlingen die op een ‘conventionele methode’ les kregen (Bloom, 1984). Zijn boodschap: iedereen kan leren onder de juiste (persoonlijke) omstandigheden.

In een collegezaal of klas wordt iedereen door dezelfde wasstraat gehaald, maar die is niet voor iedereen even optimaal. Dat vinden Pierre Gurdijan en zijn companen van McKinsey & Company ook: “Too many training initiatives rest on the assumption that one size fits all” (McKinsey & Company, 2014). Gepersonaliseerd leren is beter. Leden in een groep (een klas, een organisatie) leren uiteindelijk hetzelfde, maar kiezen ieder hun eigen leerpad. “The best programs specifically tailor a ‘from-to’ path for each participant” (McKinsey & Company, 2014).

Op die persoonlijke route kiezen leerlingen zelf welke inhoud of content ze gebruiken om te leren. Dat kan offline content zijn; trainingen, seminars of traditionele colleges, maar ook online content. De hoeveelheid online content is gigantisch. Bovendien is er een overvloed aan manieren waarop die content wordt aangeboden. Dat brengt ons naar de vraag: hoe geef je gepersonaliseerd leren vorm? Greg Rawson en anderen (McKinsey & Company 2016) concluderen dat gepersonaliseerd lesgeven in de Verenigde Staten al gebeurt op kleine schaal, maar dat het een flinke uitdaging is om dit op grote(re) schaal toe te passen in het huidige onderwijssysteem. Tot die conclusie komt ook SURF, de ICT-samenwerkingsorganisatie van het onderwijs en onderzoek in Nederland. Zij stellen in hun notitie:

“Een digitale leeromgeving van de toekomst is een samenhangend geheel van diensten en applicaties die studenten en docenten ondersteunen bij het leerproces en het onderwijs. Dit vraagt ook om nieuwe architecturen waarbij integratie van deze losse onderdelen een grote uitdaging vormt.” SURFnet (2015).

We zijn dus op zoek naar een platform waarop alles samenkomt. Een digitale leeromgeving die het mogelijk maakt om gepersonaliseerd te leren. Gemakkelijk, flexibel, persoonlijk en 24/7. Aan welke randvoorwaarden moet zo’n digitaal platform voldoen?

Allereerst moeten de bronnen (resources) die studenten willen raadplegen toegankelijk én up-to-date zijn. De app Anders Pink biedt die mogelijkheid al. Daarnaast moeten leerlingen doelen (goals) kunnen stellen op hun persoonlijke leerweg (pathway) en gaandeweg milestones behalen met verschillende leeractiviteiten (offline of online courses). De geleerde competenties (competency) passen leerlingen direct toe in hun dagelijkse werkpraktijk. Daarbij ligt de nadruk op 21e-eeuwse competenties; kritisch nadenken bijvoorbeeld, of het ontwikkelen van probleemoplossend vermogen. Ten slotte moet voortgang (progress) mogelijk zijn binnen de digitale leeromgeving van de toekomst.

Het gepersonaliseerde onderwijsideaal van Bloom is dankzij effectieve en betaalbare educational technologies voor het eerst haalbaar voor alle studenten. Op naar een platform!

Literatuurlijst

Bloom, B. (1984). The 2 Sigma Problem: The Search for Methods of Group Instruction as Effective as One-to-One Tutoring. Educational Researcher, 13(6).

Gurdijan, P, Halbeisen, T., Lane, K. (2014). Why leadership-development programs fail. Geraadpleegd op 22 februari 2017 http://www.mckinsey.com/global-themes/leadership/why-leadership-development-programs-fail

Rawson, G., Sarakatsannis, J. & Scott, D. (2016). How to scale personalized learning. Geraadpleegd op 21 februari 2017 http://www.mckinsey.com/industries/social-sector/our-insights/how-to-scale-personalized-learning

Next Gen Learning: wat is het en hoe doe je dat?

Iedereen leert anders. Wat een ideaal leerpad is voor de één, is dat niet altijd voor een ander. Het leren van de toekomst ziet er heel anders uit. Maak kennis met Next Gen Learning. Deze nieuwe manier van leren bestaat uit drie schakels: het is persoonlijk, sociaal en meetbaar. MOOCFactory zet het op een rijtje.

Als je iets wilt leren, dan maak je eerst een plan. Jouw persoonlijke leerpad. Wat wil je eigenlijk leren? Een nieuwe taal? Wil je de tevredenheid van je klanten verbeteren? Of juist effectiever leren communiceren? Zodra je die route helder helpt, komt de volgende vraag: hoe doe je dat? Welke instrumenten gebruik je? Nu gaan we massaal naar school, naar een universiteit, storten we ons op een cursus of lezen we een boek of twee. Kennis is verspreid en heeft vaak nauwelijks te maken met de daadwerkelijke situatie in de praktijk, of op de werkvloer.

Het is waardevoller om een kennisdatabank op te bouwen waarin alles samenkomt en waaruit jij of je personeel kunnen putten. Dat is waar Next Gen Learning naartoe wil: gepersonaliseerd leren in een sociale leeromgeving. En dat allemaal driven by data.

Een nieuw ecosysteem

Next Gen LearningHet digitale tijdperk biedt steeds meer mogelijkheden om effectief te leren. Sterker nog, het ecosysteem voor leren is vernieuwd. Onderzoek wijst uit dat in het Next Gen Learning Ecosystem drie ingrediënten nodig zijn om nieuwe dingen op te slurpen: Next Generation Learning is persoonlijk, sociaal en meetbaar.

Next Gen Learning is persoonlijk

Jouw (leer)geschiedenis is uniek. Net als je doel(en). Daarom is het wel zo logisch om persoonlijke doelen te stellen en je eigen leerpad uit te stippelen. Moeilijke, maar haalbare en specifieke doelen leiden tot betere prestaties en houden je goed gemotiveerd . In het Next Gen Learning Ecosystem ontvang je tips over leerpaden die je mogelijk ook interessant vindt, ontdek je welke milestones je nog moet behalen en zie je precies waar in het leerproces jij je bevindt. Je leert op tijdstippen dat het jou uitkomt, op jouw eigen manier.

Next Gen Learning is sociaal

Leren is een sociale bezigheid. Je leert met en van elkaar en creëert zo jouw eigen kennisbank. Kennis vind je bijvoorbeeld in boeken, artikelen of onderzoeken. Maar ook – juist! – in gesprekken met anderen. Ervaring en kennis wissel je uit met je medewerkers, met concullega’s, met klanten, met medestudenten. Ook doe je nieuwe kennis op door te kijken naar een TEDtalk, een infographic of een documentaire. Het award-winning online leerplatform Curatr faciliteert kennisdeling en kenniscreatie en is gebaseerd op gamification, content curation en social learning, Een onmisbare tool in het nieuwe ecoysteem.

Next Gen Learning is meetbaar

Het nieuwe ecosysteem is driven by data. Door data te verzamelen over jouw leerpad en over leerpaden van anderen wordt meetbaar én zichtbaar wat de meest efficiënte leerweg is. Je krijgt tips over hoe je je eigen leerpad kunt optimaliseren, suggesties over onderwerpen die je mogelijk ook interessant vindt en bijvoorbeeld een melding bij mooi weer: onderzoek wijst uit dat mensen makkelijker leren als de zon schijnt. Uiteindelijk ontstaat een rijke databank die jouw leerpad nóg persoonlijker maakt en laat zien welke route voor studenten of medewerkers het meest effectief is, allemaal dankzij een schat aan data.

Persoonlijk, sociaal en meetbaar: Next Gen Learning

In je persoonlijke en werkende leven leer je continu. Het Next Generation Learning Ecosysteem faciliteert dit continue leerproces. Zo word je sneller competent, verbetert je performance en bouw je non-stop aan je professionele en persoonlijke ontwikkeling. Next Gen Learning is niet alleen ideaal voor individuen, maar juist ook voor organisaties. Hele groepen medewerkers kunnen ervan profiteren, hun gedrag veranderen en de efficiëntie binnen het bedrijf verbeteren.

Nieuwsgierig?

MOOCFactory is druk bezig met de ontwikkeling van een Next Gen Learning Ecosystem. Meer weten over hoe Next Gen Learning jou of je organisatie vooruit kan helpen? Neem gerust contact op.

Kom ook naar de Learning Technologies Exhibition

MOOCFactory staat op de Learning Technologies Exhibition in Londen op 1 en 2 februari. Tot daar!

 

 

Learning Analytics in MOOCs & SPOCS

Learning Analytics (LA), een begrip dat nog niet zo bekend is, maar wat steeds vaker voorkomt. Wat is het, wat kunnen we ermee en wat kan het betekenen voor MOOCs/SPOCs? Wij van de MOOCFactory waren hier nieuwsgierig naar, dus ben ik (Arianne Breure) dit gaan onderzoeken tijdens mijn internship bij MOOCFactory.

arianne

LA is het meten, verzamelen, analyseren en rapporteren van data over de leerling/cursist en diens omgeving. Het doel hiervan is kort gezegd het begrijpen en optimaliseren van leren en de omgeving waarin het leren plaatsvindt. In deze blog zoom ik in op het gebruik van LA bij MOOCs/SPOCs.

In een MOOC/SPOC wisselen cursisten veel kennis en ervaring uit door online met elkaar in discussie te gaan. Daarnaast wordt in Curatr – de achterkant van een MOOC/SPOC – de activiteit van de cursisten gemeten. Kortom: er gebeurt veel in een MOOC/SPOC, maar tot op heden wordt er niks gedaan met deze informatie. Om  die reden ben ik in de MOOCs/SPOCs gedoken en heb ik de mogelijkheden voor LA onderzocht.

Voordat ik begon met de analyse heb ik de verwachtingen van het resultaat samengevat in een cyclisch kernproces, afgebeeld in figuur 1. Een MOOC/SPOC levert informatie op (zoals de activiteiten en reacties van cursisten), dat vervolgens middels datamining geanalyseerd kan worden, met als doel het uitbrengen van een advies aan de organisatie van wie de MOOC/SPOC is. Idealiter leidt dit vervolgens tot een innovatie, waarbij je weer uitkomt bij de MOOC/SPOC en de cyclus rond is. Met dit proces in gedachte ben ik gaan experimenteren met Curatr.

cyclisch-kernproces-van-la

Figuur 1. Cyclisch kernproces van Learning Analytics.

Tijdens de analyse heb ik gekeken naar mogelijkheden om een geautomatiseerde analyse te doen met behulp van het CSV bestand (welke aan de achterkant van Curatr gedownload kan worden) en Atlas.ti (een programma voor kwalitatieve datamining). Dit viel helaas tegen, voornamelijk omdat de context van de data (de reacties van cursisten) ontbreekt. De conclusie hiervan was dat het vooralsnog het beste is om in de MOOC/SPOC zelf mee te lezen met de discussie en van hieruit een kwalitatieve analyse te doen.

De analyse bracht mij een aantal nieuwe inzichten, resulterend in een uitbreiding van het cyclisch kernproces, zie figuur 2. Het advies dat uit de analyse kwam laat mogelijkheden voor innovatie op drie niveaus zien, namelijk: microniveau (gericht op het individu/de deelnemer, gepersonaliseerd leren), mesoniveau (gericht op onderwijsprocessen binnen de organisatie) en macroniveau (gericht op organisatieniveau, zoals visie/beleidsontwikkeling of marketing).

Daarnaast concludeerde ik dat een innovatie niet per definitie een verandering in de MOOC/SPOC inhoudt, maar ook kan leiden tot een nieuw proces in de organisatie (bijvoorbeeld een workshop of training) als een soort boost.

De laatste uitbreiding op het cyclisch kernproces betreft twee manieren waarop datamining plaats kan vinden. Ongestuurde datamining betekent dat er voorafgaand aan het maken van de MOOC/SPOC niet is nagedacht over LA en er geen specifieke vraag is om te analyseren. Gestuurde datamining daarentegen vindt plaats als er bijvoorbeeld reeds een (ongestuurde) analyse is gedaan en er nu een volgende gestuurde analyse wordt uitgevoerd om na te gaan of de ingevoerde verandering het gewenste effect heeft.

volledig-cyclisch-proces-van-la

Figuur 2. Het volledige cyclisch proces van Learning Analytics.

Deze bevindingen zijn slechts een begin om de mogelijkheden van LA met MOOCs/SPOCs te ontdekken. En hoewel dit volgens mij enkele interessante bevindingen laat zien, zijn er nog genoeg vragen voor de toekomst. Zo is toekomstig onderzoek naar wat LA precies kunnen bijdragen aan gepersonaliseerd leren interessant, of kan men bijvoorbeeld verder onderzoek doen naar groepsdiscussies. Bovendien blijf ik de ontwikkelingen op dit gebied op de voet volgen. Want hoewel ik de analyses (uiteindelijk) handmatig gedaan heb, duurt het volgens mij niet lang meer voordat hier een geautomatiseerde manier voor ontwikkeld wordt.

Tot slot nog enkele tips en trics voor het opstellen van vragen, wanneer je van plan bent gebruik te maken van LA:

  • Stel niet meer dan één vraag tegelijk per leerobject;
  • Hoe concreter de vraag, hoe makkelijker hier informatie uit te filteren is;
  • Betrek de stof/het materiaal welke behandeld is in het leerobject in de vraag;
  • Vragen naar ervaringen van de deelnemers kan interessant zijn, maar kan ook zeer uiteenlopende informatie opleveren waaruit je niet altijd relevante conclusies kunt afleiden. Wees je hiervan bewust (als je toch graag iets te weten wilt komen over specifieke ervaringen, maak de vraag dan wederom zo concreet mogelijk);
  • Bedenk van te voren wat je te weten wilt komen (micro-, meso-, macroniveau); wil je bijvoorbeeld weten welke afdeling het meest bekend is in de organisatie? Vraag dan specifiek naar namen van afdelingen; op deze manier is de vraag dusdanig specifiek dat bijvoorbeeld een woordweb al veel meer informatie kan geven;
  • Mijn laatste advies is om vooral creatief te zijn en te blijven experimenteren met vragen. Blijf daarnaast je ervaringen met elkaar delen.
MOOCFactory © 2017